Gameplay
Zodra je de single player variant van Jungle Climber begint krijg je een uitgebreide tutorial van hoe alles werkt. Dit is noodzakelijk aangezien de besturing redelijk afwijkt van de meeste platformers. Die afwijking is zo sterk dat je het haast geen platformer kunt noemen.De linkerpoot van Donkey Kong bestuur je met de l-knop, de rechterpoot met de r-knop. Je springt door de l en r-knop tegelijk in te drukken. Met de a-knop spring je hoger en doe je een aanval. Dit is niet bepaald de ideale besturing. Klimmen is iets dat je heel erg veel moet doen in deze game, het gebruik van de l en r-knop daarvoor is onwennig en onpraktisch. Normaal klimmen gaat als volgt:
Je springt en pakt met de l-knop een handvat vast. De l-knop houd je ingedrukt en je draait rondom het handvat. Zodra je loslaat ‘spring’ je als het ware in die richting. Dan kun je met de r-knop het volgende handvat vastpakken en je op deze manier voortbewegen.
In het begin is deze houterige manier van bewegen niet zo storend, maar zodra je vijanden tegenkomt dan wordt het vervelend. Je kunt heel moeilijk richten en negen van de tien keer ga je dus onbedoeld dood door de gebreken in de besturing. Ook de puzzels worden frustrerend, niet omdat ze moeilijk zijn, maar puur omdat ze haast niet uit te voeren zijn.
Levels
Een ander minpunt is het level design. Er zijn verschillende eilanden en ieder eiland heeft zijn eigen sfeer, maar qua indeling zijn ze nagenoeg hetzelfde. Klim naar boven en hoop dat de besturing je niet in de steek laat, is het principe.Dit wordt ieder level herhaalt met beperkte variatie, en dit is zonde. Een platformer valt of staat bij een goed en leuk level design. En helaas weet Paon dat nog niet helemaal.





