Als je het spel opstart, worden er geen doekjes omgewonden, je krijgt namelijk meteen drie spelmodi voor je kiezen: The Chase, Season en Toyota Racing. In The Chase ben je een beginnend NASCAR race team, dat eerst nog licenties en zelfs auto’s moet verzamelen. Maar om die licenties te verzamelen, heb je toch een bolide nodig. Je krijgt dus één of andere zwakke bak in je schoot geworpen en dan mag je challenges gaan doen. In deze challenges leer je de ‘basics’ van het spel een beetje. Je leert hoe je snelheid kunt opbouwen door de gast die voor je rijdt eerst alle wind te laten vangen en hem dan op snelheid te passeren, bij een andere challenge mag je niet onder een bepaalde snelheid zakken, enzovoort. Nadat je een licentie hebt gewonnen, ga je contracten winnen. Dit doe je door middel van racen. Je moet enkele races rijden en dan je doelstelling behalen. Als je dat hebt gedaan, krijg je een mooiere bolide in je garage en kun je daarmee gaan racen. Maar hiermee komt het grootste minpunt aan het licht. Je kan met je eerste contract en licentie slechts één race van de 36 rijden. Je moet eerst andere contracten en licenties halen om meer races te doen. En aangezien de challenges die je dan moet afwerken op hetzelfde principe gebaseerd zijn als de eerste challenges, is er nog een lange en saaie weg te gaan voor het echte werk kan beginnen. Toen ik dit doorhad werden mijn ogen geleidelijk aan rood en begon ik met een Season.
Het principe van een Season is eigenlijk veel simpeler dan dat van The Chase. In een Season kun je vier verschillende cups rijden, waarna je weer kunt kiezen of je een heel seizoen wilt rijden, 36 races van gemiddeld dertig rondjes, een half seizoen of een kwart seizoen. Tot slot van de spelmodi is er nog Toyota Racing. Dit is dan weer verdeeld in Challenges en Test and Tune. Bij Challenges kun je gewoon alle challenges nog weer eens gladjes overdoen, maar nu op de meest ziekelijke en moeilijke banen die er zijn in heel NASCAR. In Test and Tune kun je een auto pakken en alles oefenen, van hoe je perfect in de pits gaat tot hoe je de perfecte lijn meestert. Wel een mooie bijkomstigheid van het spel is dat je een auto compleet kan aanpassen naar jouw smaak. Leuke optie voor de liefhebber.
Waar NASCAR zijn mannetje wel degelijk staat, is in grafisch oogpunt. Op de graphics van het spel valt weinig tot niets af te dingen. Het ziet er allemaal stuk voor stuk even realistisch uit. De baan lijkt net echt en als je schade hebt, dan is het niet dat je bij de lichtste aanraking meteen al je bumper eraf hebt, maar dat er dan een kleine kras komt en de verf er gedeeltelijk af gaat. Eén grafisch minpuntje echter is het publiek. Het publiek zit gewoon op hun stoel, niet springend, niet juichend, sfeerloos, gewoon helemaal niks. Bovendien kun je amper zien dat het mensen zijn. Zeker voor verbetering vatbaar.
Klein lichtpuntje in deze kwestie is dat als je aan het gamen bent, je niet heel erg meer op het publiek let. Je moet namelijk alles in de gaten houden wat er gebeurt. Slijten mijn banden niet teveel, is mijn oliedruk nog goed, is de watertemperatuur nog in orde, staat mijn motor niet op springen, enzovoort. Het spel is in dit oogpunt dan ook zeer realistisch gemaakt. Het sturen gaat zeer stroef. Dat is in het begin tergend, maar als je wat meer ervaren raakt in het spel, dan krijg je dat steeds beter onder de knie en blijkt het heel handig te zijn.
Als je het spel speelt, moet je wel uitgerust zijn en je hoofd erbij hebben, omdat je erg alert moet zijn. Als je op zoek bent naar uitdaging en altijd wilt winnen, dan heb je in dit spel je gelijke gevonden. Het kan je tot wanhoop drijven als het je niet lukt. Je moet een hoog concentratieniveau hebben én houden. Wat mij betreft… ik had niet gedacht dat ik me nog zo kon inleven in het rijden van 50 rondjes met een opgevoerde bolide, terwijl er 42 gekken achter me aan scheuren. Ik kan dan ook niet anders dan dit spel toch een voldoende geven, want het was absoluut de moeite waard om mij te verplaatsen in het leven van een coureur.

n.b.


