King Arthur is geen echt bekende franchise. Zelf had ik er nog nooit van gehoord, maar toen ik eenmaal wat onderzoek deed, leek het mij wel een puike game. Een turn-based RTS die zich ontdoet rondom de mythe van Koning Arthur en zijn zwaard Escalibur. Voor de mensen die geen idee hebben wat een turn-based RTS betekent, heb ik twee woorden: Total War. Juist, het principe is hetzelfde als de ietwat bekendere franchise die zich al in de Middeleeuwen, Romeinse tijd en andere diverse tijdperken heeft weten te plaatsen.
Winterstop
Ook bij King Arthur zijn er twee verschillende kaarten; zo is er de campaign-map met verschillende regio’s. Op deze kaart worden de legers en steden gemanaged en is te zien wat de vijand in zijn schild voert. Als een factie klaar is met zijn bezigheden, is het tijd om de beurt over te geven. Over het algemeen zijn de beurten (turns) per jaar in de vier seizoenen gedeeld. Per beurt komt er belastingsgeld binnen en kunnen legers weer een stuk lopen. Winter is het belangrijkste seizoen in de game. In de besneeuwde periode is het weliswaar niet mogelijk om je leger te verplaatsen, wel is er de gelegenheid om in steden constructieorders te geven en onderzoek te laten doen. Daarbij wordt ook de voedselopslag aangevuld. Dit voedsel is de rest van het jaar nodig (4 turns), waardoor een zuinige en correcte toepassing belangrijk is. Een tekort aan voedsel in de rest van het jaar zal leiden tot een lager moraal bij de eenheden. Zowel het trainen als onderhouden van je leger, kost geld en voedsel. Daarbij zijn het ook nog eens handelsmiddelen voor andere facties, ‘heroes’ of knappe dames.Belangrijk volk
Hierboven noemde ik behalve andere facties ook heroes of prinsessen, de knappe dames. Vooral de hero is belangrijk voor een factie. Een leger kan zich niet verplaatsen zonder de aanwezigheid van een held. Gedurende hun veldslagen raken zij ervaren, deze ervaring uit zich in ability- of skillpoints. Deze points kun je spenderen aan de kwaliteiten van de beste man. Abilities zijn bijvoorbeeld leiderschap, loyaliteit, moraal en dat soort zaken. De skillpoints zijn onder andere het magisch doen verschijnen van een wezen dat mee strijdt, een wolk die vijandelijke boogschutters in de weg zit of een passieve regeneratie voor de eigen hitpoints. Tijdens de veldtochten kunnen helden verschillende artefacten vinden, deze geven de held een extra voordelen, zoals meer mana. Artefacten kunnen ook gebruikt worden om te handelen.Vanwege deze toepassingen krijgt het spel ook buiten de gevechten om het tactische karakter van een RPG. Het gebruik van magie kost wel mana, dus ook hier is tactisch gebruik broodnodig voor de winst. Overige eenheden met ervaring kunnen naar keuze van de speler beter worden op het gebied van Attack, Defense, Archery of Stamina.
Over het algemeen is dit principe goed uitwerkt door Paradox. Vergeleken met de originele game heb je ook veel meer vrijheid en ben je niet gebonden aan missies. Een reden hiervoor is de tutorial die bij The Role-playing Wargame verplicht is, en niet is inbegrepen bij The Druids. Sowieso is de uitbreiding niet te spelen zonder het origineel, en het is dan ook sterk aan te raden om eerst als King Arthur te gaan spelen voor je hem kapot gaat maken. Vanwege de vele functies is de instapgrens van de uitbreiding behoorlijk hoog, zeker als je nul ervaring met de franchise hebt.
Kom strijden dan!
Zoals gezegd zijn er twee verschillende kaarten. Behalve de campagne-kaart is er ook de strijdkaart. Legers die botsen, gaan vechten, en dat gevecht wordt uitgevochten op een locatie die speciaal in beeld wordt gebracht. Iedere unitcard wordt vertaald naar soldaten op het veld, inclusief de leider van het leger. Bij goed gebruik van de leiderskills en het tactisch inzetten van verschillende types eenheden op verschillende type ondergrond, kan je toch met een relatief zwakker leger de vijand het hoofd indrukken. Lichtere eenheden zijn bijvoorbeeld sterker in bossen en hoogland dan de zwaarder uitgeruste tegenstanders die zichzelf liever op een open vlakte zien vechten.Een nadeel dat ik hier ondervond, en dan moet ik toch weer vergelijken met Total War, is dat eenheden die eenmaal in gevecht zijn, ook blijven vechten tot één partij dood is. In tegenstelling tot TW kunnen manschappen zich niet uit een man-op-man-gevecht terugtrekken om vervolgens terug erin te stormen. Vooral het gebruik van cavalerie verliest hierdoor zijn ‘shockvalue’.
Het moraal speelt een belangrijke rol in de strijd. Verschillende factoren bepalen de moraal van een leger bij de aanvang van het gevecht. Zo tellen eerdere veldslagen, eventuele honger en natuurlijk de eigenschappen van de leider een grote rol. Tijdens het gevecht draait het ook om het beïnvloeden van vijandelijk moraal. Iedere veldslag heeft zogenaamde ‘controlpoints’. Sommige controlpoints zorgen voor eigen voordelen, bijvoorbeeld extra invloed door boogschutters. Het bezitten van meer punten heeft een invloed op de vijandelijke moraal, die boven in een balkje te zien is. Een gevecht is dan ook op twee manieren te winnen, ofwel het afslachten van iedere vijand die je tegenkomt, ofwel het moraalbalkje van de vijand laten leeglopen. Eenheden zullen niet als bij TW wegrennen, maar blijven vechten tot het volledige leger het niet meer ziet zitten. Ook het uithoudingsvermogen (stamina) heeft een groot effect op moraal en strijdlust.

