Grachtenracer is één van de weinige games die ik leuk vind. Je racet met een bootje over de grachten van Amsterdam en probeert natuurlijk als eerste te eindigen. Er is maar één probleem; nadat ik de cd-rom van Grachtenracer gevonden heb, blijkt mijn laptop te nieuw te zijn voor het spel. Helemaal teleurgesteld ga ik op zoek naar een andere leuke game, en uiteindelijk besluit ik Revolt eens te spelen. Revolt is ook een racegame, maar hier race je met een modelautootje door een woonwijk, een supermarkt, een museum en noem maar op. Je racet met zeven computergestuurde tegenstanders en als je bij de eerste drie eindigt, kun je andere parcours vrijspelen.
Weer een probleem: Revolt is gecomprimeerd. Gelukkig is er Joris om me te zeggen welk programma ik moet downloaden om Revolt te kunnen uitpakken en installeren. Twee installaties later kan ik beginnen. Ik kies de eerste de beste auto en het gemakkelijkste parcours. Als ik de race opstart, komt mijn broer achter mij staan. Om mij uit te lachen natuurlijk. Bij de start gaat het al mis. Een ander autootje rijdt tegen het mijne aan en ik lig al ondersteboven. Daarna mis ik een hele hoop bochten en heb ik meer tegen het trottoir geschuurd dan op de weg gereden. Uiteindelijk eindig ik achtste, laatste natuurlijk.Ik besluit de hoop niet op te geven na deze eerste race, dit was natuurlijk gewoon een slechte start, zoals alle gamers dat wellicht hebben. Ik kies een ander autootje, een ziekenhuiswagen. Hopelijk rijdt dat wat sneller. Bij de start gaat het al beter, maar na die eerste bocht ligt er ineens een zwarte vlek in het midden van de weg: olie. Mijn broer kan zijn lach niet meer inhouden. Iedereen steekt mij voorbij en ik probeer hen nog opnieuw in te halen, maar dat is tevergeefs.
Een aantal races later rij ik ineens derde. Blijkbaar heb ik, zonder het te beseffen, een aantal tegenstanders voorbij gestoken. Grote euforie, maar lang duurt het niet. Ik wil nog proberen die tweede in te halen door een bocht af te snijden, maar ik blijf met het achterwiel van de wagen achter de boordstenen hangen. Ondanks de tegenslag (of is het mijn onhandige geklungel?) eindig ik toch nog zevende.Nu ik eindelijk van die vervloekte laatste plaats weg ben, moet het me toch ook lukken om zesde te eindigen. Goed starten, genoeg gas geven, niet te veel risico’s nemen, nergens tegenaan botsen. Ik nader de finish in vijfde positie. Op 30 meter voor mij rijdt de vierde. En ja! Hij slipt door een olievlek, ik grijp mijn kans en steek hem nog net voor de finish voorbij. Ik wordt niet zesde, maar sta ineens op de vierde plaats! Ik spring zo ongeveer van mijn stoel van vreugde. ‘I did it! I did it!’, gaat er door mijn hoofd.
En nu op naar de eerste plaats. Ik sluit mijn ogen en droom even weg naar mijn moment van pure glorie. Ik zie mezelf op het podium staan met mijn beide armen in de lucht, een kreet van overwinning slakend. Dan krijg ik een grote bos bloemen en links en rechts van mij staan twee knappe, breedgeschouderde kerels met hemelsblauwe ogen die een zwoele zoen op mijn wang drukken. Dat zijn nog eens echte mannen. Veel beter, en vooral knapper, dan die sukkels die Grachtenracer niet kennen.
