Na alle angstaanjagende berichten over verslaafde gamers en ontwenningsklinieken is het hoog tijd voor een tegengeluid: gamen is goed voor je! Hee, hoor ik je denken, dat heb ik nog nooit gelezen. Hoe kom je daar nu bij? Wil je weten waarmee je je ouders kunt overtuigen dat die spelletjes van jou helemaal zo gek niet zijn? Lees dan door. Zoals iedereen weet is het in onze maatschappij heel belangrijk dat mensen veel leren. Je moet veel weten (=kennis), maar ook veel kunnen (=vaardigheden) en om succesvol te worden in onze maatschappij heb je de nodige kennis en vaardigheden nodig. Het is daarom regel dat jonge mensen minimaal tien jaar doorbrengen in de gebouwen die we ‘school’ noemen om zo de vereiste vaardigheden en kennis op te doen. Echter: iedereen weet dat je lang niet alle benodigde vaardigheden in school kunt leren, ook naast of buiten je schooltijd wordt je geacht te leren. Bijvoorbeeld sociale vaardigheden of discipline. Mijn stelling is dat gamen hierbij over het algemeen zwaar wordt onderschat als leermiddel. Ouders zien dat hun kinderen gamen geweldig leuk vinden, net zoals snoepen. Dus zal het, zo redeneren ze, net als snoepen wel niet gezond zijn. Niks is echter minder waar. Gamen is goed voor je!
Door te gamen blijk je verschillende vaardigheden op te doen die onmisbaar zijn in het dagelijks leven. Een eerste vaardigheid die games je bijbrengen is doorzettingsvermogen. Iedere gamer die wel eens tegenover een eindbaas heeft gestaan kent het fenomeen: je wilt dolgraag verder met het spel, maar gaat steeds in no-time dood. Wat kun je doen? Afkijken bij je buurjongen helpt je niet verder. Een dagje spijbelen lost ook niks op. Het enige dat er op zit, is die console eindeloos opnieuw te pakken totdat je eindelijk zelf die eindbaas hebt verslagen.
Het spreekt voor zich dat games vrijwel continu gaan over het zoeken van een uitweg en het oplossen van problemen. Je probleemoplossende vaardigheden worden bij veel spellen tot het uiterste op de proef gesteld, opnieuw iets dat ook buiten de gamewereld een onmisbare eigenschap is. Wat je bij die eindbazen ook vaak merkt, is dat één strategie niet voldoende is om het spel uit te spelen. Wat bij de ene baas succesvol is, heeft bij de volgende vrijwel geen gevolgen. Je moet dus op zoek gaan naar nieuwe trucs en technieken. Kortom: je moet gaan varieren met je strategie. De volgende les: gamers leren heel natuurlijk dat er verschillende tactieken nodig zijn om succes te hebben en leren tactieken afwisselend toe te passen. Gamers leren heel natuurlijk dat het nodig is om je aan te passen aan de omstandigheden, geen enkele tactiek is altijd succesvol en je moet flexibel zijn om te winnen.
Een ander leuk punt van games, is dat je op een heel andere manier moet leren dan op school. Over het algemeen leren wij op school vaak volgens het zogenaamde autoritaire leermodel. Dat houdt in dat er ergens een alwetende is (je leraar of je studieboek) die jou vertelt hoe de wereld in elkaar zit. Als je braaf de regels van die autoriteit opvolgt, dan leer je zelf ook hoe de wereld in elkaar zit en komt alles wel goed met je, zo is de algemene gedachte. Niks is echter minder waar. Je moet niet alleen weten wát de regels zijn, je moet ook weten hóe je ze moet toepassen. En dat leer je nou juist vaak niet op school. Bij games leer je op een heel andere manier, er is geen autoriteit die jou vertelt wat je moet doen, je moet het allemaal zelf maar uitzoeken. Dit noemen we ‘exploratief’ leren, leren waarbij je zelf je eigen weg vindt. Voordelen van dit leren is dat je niet passief kunt luisteren naar een ander, maar zelf actief aan de slag moet. En kennis die je op die manier opdoet, blijft vaak veel beter hangen. Gamers die in een spel leren om zelf de wereld te ontdekken, zullen dat ook buiten games doen. Gamers zijn over het algemeen eigengereide mensen die zelf kunnen uitvinden hoe de dingen werken, en da’s dus prima!
Natuurlijk is het met gamen net als met alle andere dingen: doe het met mate. Je vader zal vast wel eens een avond te laat uit zijn werk komen, maar is daarmee nog geen workaholic. En je moeder vindt shoppen op zaterdagmiddag altijd geweldig gezellig, maar is daarmee nog geen shopaholic. En dus mag jij best menig uurtje achter je console doorbrengen, zonder dat je ouders zich zorgen hoeven te maken over een gameverslaving. Toch?
